ECLI:NL:CRVB:2009:BK7094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Ch. van Voorst
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit over anticumulatieperiode WAO-uitkering eigen risicodrager
Appellante, een eigen risicodrager in de zin van de WAO, maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat de inkomsten van een voormalig werknemer over juni en juli 2007 niet leiden tot toepassing van de anticumulatiebepalingen van artikel 44 van Pro de WAO. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard en overwogen dat de maximale periode van drie jaar anticumulatie nog niet was bereikt, ook rekening houdend met ontbrekende loongegevens.
Appellante voerde primair aan dat zij ten onrechte als eigen risicodrager was aangemerkt en subsidiair dat de uitkering onrechtmatig was omdat de anticumulatieperiode al langer dan drie jaar zou zijn toegepast. De rechtbank oordeelde dat appellante terecht als eigen risicodrager was aangemerkt en dat de anticumulatieperiode nog niet de maximale duur had bereikt. Tevens werd gewezen op het beleid van het UWV dat herziening van de uitkering pas plaatsvindt als de inkomsten voldoende representatief zijn voor duurzaam verdiende arbeid.
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank, bevestigde de juiste toepassing van artikel 44 WAO Pro en het beleid van het UWV. Er was onvoldoende grond om tot herziening of intrekking van de uitkering over te gaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.