ECLI:NL:CRVB:2009:BK7111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing beperkingen
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard vanwege een longaandoening, kreeg vanaf 1997 een WAO-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2007 concludeerde het UWV dat appellant medisch geschikt was voor geduide functies en trok de uitkering in. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen, waaronder long- en schouderklachten, waren onderschat en dat er sprake was van een onaanvaardbaar verzuimrisico voor werkgevers.
De bezwaarverzekeringsarts vulde de beperkingenlijst aan, maar concludeerde dat appellant medisch geschikt bleef. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant met zijn beperkingen de functies kon vervullen en geen onaanvaardbaar verzuimrisico vormde.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze beoordeling. De Raad vond geen aanwijzingen dat de beperkingen onjuist waren vastgesteld, dat de ernst en frequentie van longproblemen onvoldoende waren onderbouwd en dat schouderklachten waren miskend. Ook werd het psychisch functioneren niet overschat. De Raad verwierp het beroep en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing van beperkingen en afwijzing van het hoger beroep.