ECLI:NL:CRVB:2009:BK7299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens niet tijdig indienen jaarstukken
Appellant had een WAO-uitkering die door het UWV per 1 januari 2003 werd ingetrokken omdat hij de jaarstukken over 2002 en 2003 niet tijdig had ingediend. Appellant verzocht later om heroverweging met medische redenen als verklaring voor de vertraging, maar dit verzoek werd afgewezen.
In bezwaar en beroep voerde appellant aan dat medicijngebruik leidde tot verminderde alertheid en andere klachten waardoor hij niet in staat was de stukken tijdig te overleggen. De rechtbank oordeelde dat appellant de stukken eerder had kunnen indienen en dat de medische omstandigheden niet voldoende aannemelijk waren gemaakt om te spreken van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering. Er is geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden en appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij door medische redenen niet eerder kon voldoen aan zijn verplichtingen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant de jaarstukken niet tijdig heeft ingediend en medische redenen dit niet aannemelijk maken.