ECLI:NL:CRVB:2009:BK7355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, welke door het UWV werd geweigerd op grond dat zij met arbeid meer kan verdienen dan 65% van het maatmaninkomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ernstige medische klachten heeft, waaronder een niet werkende nier, hoge bloeddruk, duizeligheid, epileptische wegrakingen en rugklachten, waardoor zij niet kan werken. Tevens betwistte zij de arbeidskundige beoordeling, met name de geschiktheid van de functie huishoudelijk medewerkster vanwege het gebruik van een trapje.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en diepgaand was, waarbij rekening is gehouden met medische gegevens van de behandelend sector. De beperkingen zijn adequaat vastgesteld en de functie huishoudelijk medewerkster is medisch passend, aangezien het trapgebruik beperkt is en geen verhoogd persoonlijk risico vormt.
De Raad concludeerde dat appellante met haar beperkingen in staat is om de aan haar toegerekende functies te vervullen en bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden.