ECLI:NL:CRVB:2009:BK7356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim door 1 aprilgrap aan gedetineerden
Appellant, werkzaam als senior penitentiair inrichtingsmedewerker, maakte op 1 april 2006 een grap aan gedetineerden door de opheffing van de vreemdelingenbewaring aan te kondigen. Dit incident werd als ernstig plichtsverzuim aangemerkt omdat het het vertrouwen van gedetineerden in medewerkers en het aanzien van de Penitentiaire Inrichtingen schaadde.
De minister legde appellant een disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar op. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank oordeelde dat de straf niet onevenredig was. Appellant stelde in hoger beroep dat de straf disproportioneel was.
De Raad overwoog dat appellant willens en wetens misbruik had gemaakt van zijn functie en dat het vertrouwen van de kwetsbare gedetineerden ernstig was geschaad. De straf werd als passend en niet onevenredig beoordeeld. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar wegens ernstig plichtsverzuim.