ECLI:NL:CRVB:2009:BK8138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering, stellende dat haar medische beperkingen, waaronder klachten voortvloeiend uit hart- en vaatproblemen en een trillende hand, onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat het protocol hartinfarct niet van toepassing is omdat de aanvraag vóór 6 maart 2006 is ingediend. Daarnaast zijn de klachten van een trillende hand niet door een arts geconstateerd, waardoor beperkingen op die grond onvoldoende aannemelijk zijn.
Op basis van de beschikbare medische rapporten is vastgesteld dat appellante met haar beperkingen in staat is de door het UWV geselecteerde voorbeeldfuncties te vervullen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering omdat appellante in staat wordt geacht de geselecteerde voorbeeldfuncties te vervullen.