ECLI:NL:CRVB:2009:BK8226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische klachten en verzuimrisico
Appellante, werkzaam als secretariaatsmedewerkster, kreeg sinds 2001 een WAO-uitkering toegekend wegens diverse lichamelijke klachten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
Het UWV herzag in 2006 haar uitkering naar 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid en verklaarde haar bezwaren hiertegen ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen en klachten, waaronder epilepsie en migraine, waren toegenomen en dat zij door frequent ziekteverzuim ongeschikt zou zijn voor werk.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst van augustus 2006 juist waren en dat de geduide functies passend zijn. Tevens vond de Raad onvoldoende bewijs voor een excessief ziekteverzuim. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.