ECLI:NL:CRVB:2009:BK8231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terug te komen op besluit niet toekennen WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV terug te komen op het besluit van 21 november 2003 waarin haar een WAO-uitkering werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die dit rechtvaardigen.
Appellante had later een Wajong-uitkering toegekend gekregen met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, en stelde dat de diagnose schizofrenie, die toen was gesteld, al eerder aanwezig was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht niet was teruggekomen op het eerdere besluit, mede gelet op het rapport van de psychiater Van Ittersum.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat het besluit van 21 november 2003 rechtens onaantastbaar is geworden. De toekenning van een latere Wajong-uitkering is onvoldoende om terug te komen op het eerdere besluit. Er zijn geen medische stukken die bevestigen dat de beperkingen uit 2006 ook al in 2003 golden. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het weigeren van de WAO-uitkering wordt bevestigd.