ECLI:NL:CRVB:2009:BK8238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 1998 wegens rugklachten arbeidsongeschikt was, ontving een WAO-uitkering die in 2007 door het UWV werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond, stellende dat het besluit gebaseerd was op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet over de benodigde bekwaamheden beschikte voor de functies die het UWV passend achtte, namelijk 'clustermanager wonen & zorg' en 'arbeidsdeskundige'. Zij stelde dat bekwaamheden meer omvatten dan opleiding en ervaring, en dat zij onvoldoende leidinggevende capaciteiten had.
De Raad stelde vast dat het hoger beroep zich uitsluitend richtte op de arbeidskundige grondslag, waarbij de medische grondslag onbetwist bleef. Na beoordeling concludeerde de Raad dat appellante geschikt was voor de genoemde functies, mede gelet op de aard van de taken, haar ervaring met het opleiden van stagiaires en het ontbreken van beperkingen in haar sociaal functioneren.
De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.