ECLI:NL:CRVB:2009:BK8240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldig onderzoek bezwaarverzekeringsarts
Appellante, voormalig werknemer bij een callcenter, meldde zich op 15 december 2006 ziek. Het UWV besloot op 5 juli 2007 dat zij vanaf 2 juli 2007 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 30 november 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij het rapport van bezwaarverzekeringsarts J. Miedema, die appellante op 8 oktober 2007 onderzocht, zwaar woog.
In hoger beroep voerde appellante nieuwe medische stukken aan, waaronder een verklaring van de huisarts en een psychologisch rapport uit oktober 2009. De Raad oordeelde echter dat deze stukken niet relevant waren voor de periode in geschil en dat de bezwaarverzekeringsarts een zorgvuldig en verantwoord oordeel had gegeven over de gezondheidstoestand van appellante op het moment van het besluit.
Een aanvullend arbeidskundig rapport van juli 2009 stelde dat het werk bij het callcenter enige stressbestendigheid vereiste, maar niet meer dan normale werkdruk. Dit veranderde niets aan de eerdere beoordeling. De Raad concludeerde dat de eerdere uitspraak bevestigd moest worden en dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 2 juli 2007.