Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK8240

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-5330 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldig onderzoek bezwaarverzekeringsarts

Appellante, voormalig werknemer bij een callcenter, meldde zich op 15 december 2006 ziek. Het UWV besloot op 5 juli 2007 dat zij vanaf 2 juli 2007 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 30 november 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij het rapport van bezwaarverzekeringsarts J. Miedema, die appellante op 8 oktober 2007 onderzocht, zwaar woog.

In hoger beroep voerde appellante nieuwe medische stukken aan, waaronder een verklaring van de huisarts en een psychologisch rapport uit oktober 2009. De Raad oordeelde echter dat deze stukken niet relevant waren voor de periode in geschil en dat de bezwaarverzekeringsarts een zorgvuldig en verantwoord oordeel had gegeven over de gezondheidstoestand van appellante op het moment van het besluit.

Een aanvullend arbeidskundig rapport van juli 2009 stelde dat het werk bij het callcenter enige stressbestendigheid vereiste, maar niet meer dan normale werkdruk. Dit veranderde niets aan de eerdere beoordeling. De Raad concludeerde dat de eerdere uitspraak bevestigd moest worden en dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 2 juli 2007.

Uitspraak

08/5330 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 22 juli 2008, 08/60 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 23 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. U. van Ophoven, advocaat te Leek, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2009.
Appellante is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.R. Bos.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Voor een weergave van de voor dit geding relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het navolgende.
1.2. Appellante is laatstelijk werkzaam geweest bij een callcenter en heeft zich op 15 december 2006, aansluitend aan een periode waarin zij een uitkering ingevolge de Wet arbeid en zorg ontving, ziek gemeld.
2. Bij besluit van 5 juli 2007 is aan appellante meegedeeld dat zij met ingang van 2 juli 2007 geen recht meer had op ziekengeld, omdat zij op en na deze datum niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt werd geacht tot het verrichten van haar arbeid.
3. Bij besluit van 30 november 2007 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 5 juli 2007 ongegrond verklaard.
4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij in het bijzonder betekenis toegekend aan het rapport van 28 november 2007van bezwaarverzekeringsarts J. Miedema, die appellante op 8 oktober 2007 op het spreekuur heeft gezien en kennis heeft genomen van een brief van 15 november 2007 van het Centrum Integrale Psychiatrie.
5.1. De Raad ziet in hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd geen reden voor een ander oordeel dan dat van de rechtbank.
5.2. Naar het oordeel van de Raad heeft voornoemde bezwaarverzekeringsarts een zorgvuldig onderzoek ingesteld en mede aan de hand van de informatie van de behandelend sector een verantwoorde conclusie getrokken over de gezondheidstoestand van appellante ten tijde in geding.
5.3. Blijkens een op verzoek van de Raad uitgebracht arbeidskundig rapport van 7 juli 2009 vereiste het werk bij het callcenter wel een zekere stressbestendigheid wat betreft de werkdruk en de communicatie met klanten, maar toch niet zodanig dat dit afweek van de normale werkdruk. Dit rapport werpt dan ook geen ander licht op de beoordeling door voornoemde bezwaarverzekeringsarts.
5.4. De in hoger beroep door appellante overgelegde stukken, te weten een verklaring van de huisarts van 30 oktober 2009 en een rapport van een psychologisch onderzoek dat op 12 oktober 2009 heeft plaats gevonden, zien niet op de datum in geding, zodat ook daaruit niet valt af te leiden dat voornoemde bezwaarverzekeringsarts de gezondheidstoestand van appellante op dat tijdstip onjuist heeft beoordeeld.
5.5. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 tot en met 5.4 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van A.C.A. Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2009.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.C.A. Wit.
KR