ECLI:NL:CRVB:2009:BK8251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaren appellant over medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, voormalig plaatwerker, ontving sinds 1994 een gedeeltelijke WAO-uitkering wegens knieklachten en psychische beperkingen. In 2007 herzag het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid naar 25-35%, wat appellant betwistte. Na bezwaar stelde het UWV de uitkering opnieuw vast op 35-45% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde tegen de medische grondslag en de geschiktheid van de functies die het UWV als passend achtte. Hij stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische toestand en gewrichtsklachten.
De Raad concludeerde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd, inclusief de betrokkenheid van psychologische expertise uit 2001. De functies parkeercontroleur, portier, toezichthouder en wikkelaar werden medisch geschikt bevonden, waarbij de Raad toelichtte dat de fysieke en psychische eisen binnen de beperkingen van appellant vielen.
De Raad zag geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.