ECLI:NL:CRVB:2009:BK8259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 4 juli 2007 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het bezwaar werd gegrond verklaard, waarna het besluit werd herzien en de uitkering werd vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze herziening ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige onderbouwing.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar belastbaarheid werd overschat en dat zij niet in staat is reguliere arbeid te verrichten, hetgeen ook door het CWI werd bevestigd met een WSW-indicatie. Daarnaast stelde zij dat de functies waarop de schatting was gebaseerd medisch ongeschikt voor haar waren.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling door een UWV-arts zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een bezwaarverzekeringsarts die de fysieke beperkingen zelfs aanscherpte. Appellante bracht geen objectieve medische gegevens aan die twijfel aan de juistheid van deze beperkingen konden doen rijzen. De WSW-indicatie is gebaseerd op andere criteria dan de WAO en kan daarom niet als tegenbewijs dienen.
De Raad achtte de functies waarop het besluit was gebaseerd medisch geschikt voor appellante, waarbij de arbeidskundige toelichtingen over belastende aspecten zoals staan en blootstelling aan soldeerdampen afdoende waren. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.