ECLI:NL:CRVB:2009:BK8263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin werd bevestigd dat hij niet in aanmerking komt voor een WAO-uitkering. Het UWV had eerder op 7 maart 1991 geweigerd appellant een WAO-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid. Deze beslissing was in latere besluiten en uitspraken onherroepelijk verklaard.
Appellant diende nieuwe medische stukken in die dateren van na de oorspronkelijke beslissingsdatum, maar de Raad oordeelde dat deze geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die het UWV verplichten het oorspronkelijke besluit te heroverwegen. De rechtbank had dit standpunt onderschreven en het bezwaar ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De weigering om appellant een WAO-uitkering toe te kennen blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een WAO-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van nieuwe feiten.