ECLI:NL:CRVB:2009:BK8266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, die sinds 1999 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt was, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. Deze werd in 2002 herzien naar 45-55%. In 2007 trok het Uwv de uitkering in na onderzoek waaruit bleek dat de arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij in beroep ging bij de rechtbank Utrecht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit berustte op een adequate medische en arbeidskundige grondslag.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn lichamelijke klachten onvoldoende waren meegewogen. Ook stelde hij dat de functie van orthopedisch instrumentmaker niet passend was vanwege het opleidingsniveau. De Raad overwoog dat de medische beperkingen zorgvuldig en juist waren vastgesteld en dat appellant onvoldoende nieuwe medische gegevens had ingebracht om het oordeel te wijzigen. Tevens concludeerde de Raad dat appellant met zijn LTS- en KMBO-diploma's en technische vervolgopleidingen voldeed aan het vereiste opleidingsniveau voor de functie.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het Uwv. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J. Riphagen op 30 december 2009.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.