ECLI:NL:CRVB:2009:BK8270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldige medische heroverweging
Appellante ontving sinds 1997 een WAO-uitkering en werd geconfronteerd met een besluit tot intrekking van haar uitkering per 21 mei 2007. Het Uwv handhaafde dit besluit, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was ondanks het ontbreken van een persoonlijk onderzoek.
In hoger beroep betoogde appellante dat de bezwaarverzekeringsarts haar niet persoonlijk had onderzocht en dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met haar psychische klachten en lichamelijke uitputting. De bezwaarverzekeringsarts had brieven ontvangen van haar huisarts en psychiater, waarin werd aangegeven dat appellante zorgmijdend gedrag vertoonde en dat de informatie over haar toestand niet volledig was.
De Raad oordeelde dat in het geval van een zorgmijder zoals appellante een heroverweging op basis van alleen dossiergegevens onvoldoende is. De bezwaarverzekeringsarts had appellante moeten uitnodigen voor een spreekuurcontact om een zorgvuldige medische heroverweging te kunnen maken. Omdat dit niet is gebeurd, is het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering niet zorgvuldig genomen en wordt het vernietigd. Het Uwv moet opnieuw besluiten op het bezwaar met inachtneming van alle medische gegevens.
Daarnaast veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten van appellante voor zowel beroep als hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv moet opnieuw beslissen met een zorgvuldige medische heroverweging.