ECLI:NL:CRVB:2009:BK8281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering bij bereiken 65-jarige leeftijd conform artikel 49 WAO
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 1 juni 2008 te beëindigen, omdat zij op 22 juni 2008 65 jaar werd. Zij stelde dat de uitkering ten onrechte al per 1 juni stopte en dat zij tot haar 65e verjaardag recht had op uitkering.
De rechtbank Groningen oordeelde dat artikel 49, eerste lid, van de WAO dwingend voorschrijft dat de uitkering eindigt op de eerste dag van de maand waarin de verzekerde 65 jaar wordt. De rechtbank verwierp het beroep van appellante omdat zij niet aannemelijk maakte dat deze wettelijke bepaling buiten toepassing moest blijven of in strijd was met hogere regelgeving.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De Raad overwoog dat de grieven een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat er geen aanleiding was voor een ander oordeel. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen, omdat het UWV in eerdere besluiten duidelijk had gemaakt dat de uitkering uiterlijk per 1 juni 2008 zou eindigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering per 1 juni 2008 rechtsgeldig is beëindigd.