ECLI:NL:CRVB:2009:BK8290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek bij schoonmaker
Appellant was werkzaam als schoonmaker bij twee werkgevers voor 10,5 uur per week toen hij zich ziek meldde met rug- en psychische klachten. Na meerdere medische onderzoeken verklaarde de verzekeringsarts hem per 18 april 2007 hersteld, waarna het UWV het recht op ziekengeld beëindigde.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde na onderzoek dat er geen ernstige afwijkingen waren en dat appellant zijn werk kon hervatten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts voldoende op de hoogte was van de aard en zwaarte van het werk. Ook werd meegewogen dat appellant niet onder behandeling was voor spanningsklachten en geen medicatie gebruikte. De enkele mededeling dat appellant werkzaam is in WSW-verband was onvoldoende om het oordeel te wijzigen.
Het hoger beroep werd verworpen en het besluit van het UWV om het ziekengeld te beëindigen bleef van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld blijft gehandhaafd.