ECLI:NL:CRVB:2009:BK8346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische herbeoordeling met schouderklachten
Appellant, voormalig schoonmaker, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herbeoordeling in 2004 werd zijn arbeidsongeschiktheid gesteld op minder dan 15%, en werd hij geschikt geacht voor diverse functies. In 2006 meldde appellant zich ziek vanwege nek- en schouderklachten, waarna het UWV besloot dat hij ondanks beperkingen zijn arbeid kon hervatten.
Appellant maakte bezwaar met medische rapporten van een neuroloog, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat appellant geschikt bleef voor de functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de medische informatie onvoldoende aanleiding geeft om te twijfelen aan de juistheid van de verzekeringsartsen. De beperkingen, waaronder schouderklachten, zijn verantwoord in kaart gebracht. Een nieuwe arbeidskundige beoordeling is niet vereist. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt wordt geacht voor de geselecteerde functies ondanks zijn beperkingen.