Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK8348

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/5219 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbAlgemene OuderdomswetBesluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999Algemeen Verdrag inzake Sociale Zekerheid tussen Nederland en Marokko
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag ouderdomspensioen wegens onvoldoende bewijs AOW-verzekering 1970-1976

Appellant heeft een aanvraag ingediend voor ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), stellende dat hij in de periode 1970 tot en met 1976 in Nederland heeft gewerkt en verzekerd was. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van verzekering.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat uit de door de Svb ingewonnen informatie niet kon worden afgeleid dat appellant in Nederland woonde of werkte in de genoemde periode. Ook internationale verdragen boden geen grond voor verzekering.

In hoger beroep voerde appellant aan dat hij bij Nederlandse bedrijven had gewerkt en dat de Svb onvoldoende onderzoek had gedaan. De Raad overwoog dat de Svb uitgebreid onderzoek had verricht bij gemeenten, pensioenfondsen en werkgevers, zonder bewijs van verzekering. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag ouderdomspensioen wordt geweigerd wegens onvoldoende bewijs van AOW-verzekering in 1970-1976.

Uitspraak

08/5219 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2008, 07/4630 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 31 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 november 2009. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant, geboren in 1940, heeft bij brief van 23 februari 2007 de Svb verzocht hem een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) toe te kennen, omdat hij in de periode van 1970 tot en met 1976 in Nederland heeft gewerkt.
Met het aanvraagformulier van 16 april 2007 heeft hij een aantal stukken overgelegd.
1.2. Bij besluit van 17 augustus 2007 heeft de Svb de aanvraag van appellant afgewezen op de grond, dat hij niet voor de AOW verzekerd is geweest.
1.3. Bij beschikking op bezwaar van 6 november 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen het besluit van 17 augustus 2007 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat uit de door de Svb ingewonnen informatie niet kan worden afgeleid dat appellant in de door hem genoemde periode in Nederland heeft gewoond dan wel bij de door hem genoemde werkgevers in dienst is geweest. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat gesteld noch gebleken is dat appellant op grond van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 of het Algemeen Verdrag inzake Sociale Zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko van 14 februari 1972 als verzekerd kan worden beschouwd.
3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij bij bedrijven in Nederland heeft gewerkt en dat de Svb onvoldoende onderzoek heeft verricht door uitsluitend op internet te zoeken.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Bij zijn aanvraag heeft appellant aangegeven dat hij in 1970 en 1971 bij een wasserij in [vestigingsplaats] heeft gewerkt. In de bezwaarfase heeft hij verklaard in die periode gewerkt te hebben bij de werkgevers [werkgever 1], [adres] te [vestigingsplaats] en [werkgever 2] te [vestigingsplaats]. Hij zou gewoond hebben op het adres [adres] te [vestigingsplaats]. Op basis van deze summiere gegevens heeft de Svb niet slechts het internet geraadpleegd, maar ook navraag gedaan bij de gemeente Rotterdam, afdeling Burgerzaken, Interpolis Pensioenbeheer B.V., de Stichting Pensioenfonds Cadans en bij [werkgever 1] te [vestigingsplaats]. Dit leverde geen bewijs op voor de stelling van appellant dat hij in de door hem genoemde periode in Nederland woonachtig en/of werkzaam is geweest.
4.2. Evenals de rechtbank komt de Raad dan ook tot het oordeel dat onder deze omstandigheden niet kan worden aangenomen dat appellant in de periode 1970 tot en met 1976 voor de AOW verzekerd is geweest.
4.3. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 december 2009.
(get.) H.J. Simon.
(get.) W. Altenaar.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.
NK