ECLI:NL:CRVB:2009:BK8584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op WW-uitkering voor werkneemster woonachtig in België met centrum maatschappelijk leven in Nederland
Betrokkene was van 1989 tot 2006 werkzaam als leerkracht in Nederland en verhuisde in 1999 naar België. Na haar ontslag in 2006 vroeg zij een WW-uitkering aan bij het Uwv, dat deze toekende omdat zij zich al jaren als werkzoekende had ingeschreven bij de Nederlandse arbeidsbemiddeling en haar maatschappelijke en professionele banden in Nederland liggen.
Het College van burgemeester en wethouders van Spijkenisse stelde bezwaar in tegen deze toekenning, stellende dat betrokkene niet reëel beschikbaar was voor werk in Nederland. De rechtbank Rotterdam wees dit bezwaar af, en de Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overweegt dat betrokkene mogelijk een atypische grensarbeider is zoals bedoeld in het Miethe-arrest van het Hof van Justitie, omdat haar centrum van maatschappelijk leven en beste kansen op werkhervatting in Nederland zijn, ondanks haar verblijf in België. Ook als zij geen grensarbeider zou zijn, voldoet zij aan de voorwaarden van artikel 71, eerste lid, sub b, van Verordening 1408/71, omdat zij ter beschikking blijft van de Nederlandse arbeidsbemiddeling.
De Raad ziet geen aanleiding om het besluit van het Uwv te vernietigen en bevestigt de toekenning van de WW-uitkering vanaf 1 maart 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene recht heeft op een WW-uitkering vanaf 1 maart 2006.