ECLI:NL:CRVB:2009:BK8593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- M. Greebe
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering ondanks financiële problemen appellant
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de terugvordering van een bedrag van €8.260,42 aan onverschuldigd betaalde WAO-uitkering en toeslag door het UWV over de periode van 11 juni 2003 tot 23 april 2004. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant dat zijn slechte financiële positie een dringende reden vormt om van terugvordering af te zien.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de wet het UWV verplicht om onverschuldigde uitkeringen terug te vorderen, tenzij er sprake is van een dringende reden. De Raad stelt dat financiële problemen van appellant niet kwalificeren als een dringende reden, omdat geen onaanvaardbare gevolgen van de terugvordering voor appellant zijn aangetoond.
De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigt het vonnis van de rechtbank. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 december 2009.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigde WAO-uitkering en toeslag wordt bevestigd ondanks de financiële problemen van appellant.