ECLI:NL:CRVB:2009:BL6019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen ontslag wegens plichtsverzuim ambtenaar ministerie Justitie
Verzoeker was sinds 1983 in dienst van het ministerie van Justitie en werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het niet naleven van in- en uitlogprocedures en privégebruik van telefoon en internet tijdens werktijd. De minister legde op 14 juli 2008 het onvoorwaardelijke ontslag op na onderzoek van het gedrag over januari tot en met augustus 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond, maar verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang van verzoeker, die na ontslag slechts tijdelijke deeltijdarbeid verrichtte en geen WW-uitkering ontving.
De voorzieningenrechter constateerde dat onvoldoende duidelijkheid bestond over de omvang en ernst van het plichtsverzuim, met name over het gebruik van in- en uitloggegevens en het internetgebruik. Ook was onvoldoende gemotiveerd waarom een langere periode werd onderzocht en was onduidelijk of het ontslag proportioneel was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waarbij de minister verplicht werd maandelijks het laatstverdiende salaris van verzoeker te betalen, onder aftrek van andere inkomsten, totdat de hoofdzaak is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en bepaalt dat de minister maandelijks het laatstverdiende salaris aan verzoeker betaalt totdat de hoofdzaak is beslist.