ECLI:NL:CRVB:2009:BL7202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum bijstand volgens WWB zonder terugwerkende kracht
Appellant diende een aanvraag bijstand in op 7 augustus 2006, welke aanvankelijk werd afgewezen wegens niet-woning op opgegeven adres. Na bezwaar werd bijstand toegekend met ingang van 7 augustus 2006. Appellant stelde dat de ingangsdatum moest aansluiten bij de eerdere beëindigingsdatum van 14 juli 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat bijstand in principe niet met terugwerkende kracht wordt toegekend zonder bijzondere omstandigheden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat aansluiting bij de eerdere beëindigingsdatum een redelijke wetstoepassing zou zijn en stelde een inbreuk op het eigendomsrecht volgens het EVRM.
De Raad oordeelde dat artikel 44 van Pro de WWB duidelijk bepaalt dat bijstand niet eerder wordt toegekend dan de datum van melding. Omdat appellant geen verzoek om terugwerkende kracht had gedaan, hoefde het College dit niet te beoordelen. Tevens was er geen sprake van eigendom dat ontnomen werd, zodat het EVRM-artikel niet van toepassing was.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente en proceskosten werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstand wordt bevestigd op 7 augustus 2006 zonder terugwerkende kracht; het hoger beroep wordt verworpen.