ECLI:NL:CRVB:2010:BK8851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, die sinds juli 2001 vanwege rechterbeenklachten zijn werkzaamheden als uitzendkracht had gestaakt, kreeg vanaf 22 juli 2002 een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. In 2006 vond een herbeoordeling plaats, waarna bij besluit van 8 december 2006 de uitkering per 9 februari 2007 werd ingetrokken. Na bezwaar werd op 11 juni 2007 de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd vastgesteld op 80 tot 100%, maar de uitkering herzien naar 55 tot 65% per 11 juli 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, oordelend dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst en de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en volledig waren vastgesteld. Appellant overlegde geen medische gegevens die tot een ander oordeel konden leiden. Ook de arbeidsdeskundige onderbouwing van de passende functies werd als toereikend beoordeeld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en kondigde nadere medische informatie aan, die echter niet is ingebracht. De Raad neemt de overwegingen en het oordeel van de rechtbank over en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het beroep van appellant ongegrond.