ECLI:NL:CRVB:2010:BK8872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering bij fibromyalgiesyndroom wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, per 11 januari 2006 in te trekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad liet appellante onderzoeken door een onafhankelijke revalidatiearts, die concludeerde dat appellante op de datum in geding beperkte fysieke belastbaarheid had ten aanzien van dynamische en statische handelingen, hetgeen niet was meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Raad volgde deze deskundige en verwierp het standpunt van het UWV dat er geen fysieke beperkingen waren.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit ontbeert aan een deugdelijke medische grondslag, mede gelet op de diagnose fibromyalgiesyndroom en chronische pijnklachten. Het besluit en de aangevallen uitspraak werden vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.