ECLI:NL:CRVB:2010:BK8895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een zelfstandig verhuurder van campers, verzocht in februari 2007 om een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid sinds 2002 door klachten van vermoeidheid en verwardheid. Het UWV wees dit verzoek af omdat appellant niet gedurende 52 onafgebroken weken arbeidsongeschikt was geweest vanaf 2002. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten, waaronder suikerziekte, benauwdheid, pijn op de borst en psychische klachten vanaf 2006. Hij stelde dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat het UWV onvoldoende informatie had ingewonnen bij zijn behandelaars. De Raad overwoog dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat relevante beperkingen met betrekking tot arbeid vanaf 2002 tot 1 augustus 2004 onafgebroken 52 weken bestonden.
De Raad achtte het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig en vond geen reden om hun conclusies te verwerpen. De psychische klachten en suikerziekte van appellant leidden volgens het medisch dossier niet tot langdurige beperkingen binnen het relevante tijdvak. De toename van psychische klachten in 2006 viel buiten het beoordelingskader. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende aannemelijkheid van onafgebroken arbeidsongeschiktheid van 52 weken vanaf 2002.