ECLI:NL:CRVB:2010:BK8897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks taalbeperkingen
Appellant, laatstelijk werkzaam als borden schoonmaker, viel uit wegens rug- en knieklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de arbeidskundige beoordeling voldoende was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal hem belemmerde om de geduide functies uit te oefenen, en dat het UWV de bedrijfsarts om nadere informatie had moeten vragen. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, mede door aanwezigheid van een tolk en uitgebreid lichamelijk onderzoek, en dat er geen aanwijzingen waren dat medische aspecten onbelicht waren gebleven.
Verder oordeelde de Raad dat de beperkte taalvaardigheid van appellant geen reden was om de geduide functies als ongeschikt te beschouwen, omdat het niveau van taalbeheersing dat nodig is voor deze functies zeer beperkt is en er ruimte is voor mondelinge uitleg en begeleiding. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.