ECLI:NL:CRVB:2010:BK8900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen schorsing WAO-uitkering wegens te late indiening
Appellant ontving sinds 2000 een WAO-uitkering. Het UWV schortte de uitkering per 1 juni 2008 op omdat appellant niet de benodigde informatie verstrekte. Appellant diende bezwaar in, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het besluit correct was bekendgemaakt aan het laatst opgegeven adres in Egypte en dat de bezwaartermijn was verstreken toen het bezwaar werd ingediend.
Appellant had na ontvangstproblemen met post naar het oude adres in Egypte pas op 13 juni 2008 een nieuw postadres in Nederland doorgegeven. De rechtbank vond dat het UWV niet verplicht was om eerder verzonden post opnieuw te sturen en dat appellant het risico van niet-tijdige ontvangst van het besluit zelf had genomen door niet tijdig navraag te doen. Hierdoor bleef het bezwaar te laat.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad vond geen reden om af te wijken van de eerdere beslissing en concludeerde dat het hoger beroep ongegrond was. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 7 januari 2010 door rechter H.J. de Mooij.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens te late indiening.