ECLI:NL:CRVB:2010:BK9288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- M. Greebe
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WIA-uitkering wegens ondeugdelijke arbeidskundige grondslag
Appellant betwistte het besluit van het UWV dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Na bezwaar en beroep werd het beroep door de rechtbank ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad concludeerde dat de medische beoordeling van de beperkingen van appellant juist was weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De verzekeringsartsen en psycholoog stelden vast dat appellant in staat was tot bepaalde routinematige werkzaamheden, hoewel met beperkingen in cognitieve functies.
De arbeidsdeskundige selecteerde vier functies die geschikt zouden zijn voor appellant, maar de Raad oordeelde dat voor twee functies de opleidingseisen niet waren vastgesteld en dat appellant niet voldeed aan de taaleisen voor een andere functie. Hierdoor waren slechts twee geschikte functies over, wat onvoldoende is voor een juiste schatting van arbeidsongeschiktheid.
De Raad vernietigde daarom het besluit van het UWV en het eerdere vonnis van de rechtbank, en beval het UWV om opnieuw te beslissen met inachtneming van de bevindingen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV en het vonnis van de rechtbank worden vernietigd en het UWV moet opnieuw beslissen op het bezwaar van appellant.