ECLI:NL:CRVB:2010:BK9379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AOW-pensioen op grond van geboortejaar 1942
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor AOW-pensioen met als geboortedatum 1939, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft dit afgewezen omdat bij binnenkomst in Nederland in 1965 het geboortejaar 1942 is opgegeven. De rechtbank Amsterdam vernietigde aanvankelijk het besluit vanwege onvoldoende onderzoek, waarna de Svb een nieuw besluit nam waarbij het geboortejaar 1942 werd aangehouden omdat geen authentieke stukken van vóór 1965 waren overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van de Svb zorgvuldig en volledig was en dat de documenten die appellant overlegde, waaronder een geboorteakte uit 1980, niet konden leiden tot een ander geboortejaar. Ook een huwelijksakte uit 2004 vermeldde het geboortejaar 1942. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat hij in 1939 is geboren. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en bevestigt dat geen authentieke stukken zijn overgelegd die het geboortejaar 1939 aantonen vóór de binnenkomst in Nederland. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak bevestigd.
De Raad ziet geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De beslissing is uitgesproken door rechter H.J. de Mooij op 14 januari 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het geboortejaar 1942 wordt aangehouden, waardoor appellant geen recht heeft op AOW-pensioen.