ECLI:NL:CRVB:2010:BK9418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor medische kosten en magnetron
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandheelkundige behandelingen die plaatsvonden in februari, maart en december 2005, maar de aanvraag werd pas in oktober 2006 ingediend. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage kende slechts bijstand toe voor de behandeling van december 2005 en wees de overige kosten af omdat deze ouder dan twaalf maanden waren.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het College verklaarde het bezwaar ongegrond en niet-ontvankelijk voor de magnetronkosten, omdat daarvoor geen aanvraag was ingediend. In hoger beroep heeft appellant zich tegen deze besluiten gekeerd.
De Raad overweegt dat het College het recht op bijstand op schriftelijke aanvraag vaststelt en dat bijstand in principe niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Het beleid van het College om medische kosten binnen één jaar aan te vragen is buitenwettelijk begunstigend beleid dat consistent moet worden toegepast.
De Raad constateert dat het College dit beleid correct heeft toegepast en geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die bijstandsverlening met terugwerkende kracht rechtvaardigen. Ook is niet gebleken van een aanvraag voor de magnetronkosten, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.