Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2010:BK9424

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-440 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van uitspraak over AOW-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoeker heeft bij brief van 31 oktober 2008 verzocht om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 juni 2008, waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn. De Raad heeft het verzoek beoordeeld en geconcludeerd dat het verzoek juridisch gezien een verzoek om herziening betreft.

Verzoeker stelde dat zijn zaak opnieuw moet worden bestudeerd omdat hij in Nederland werknemer is geweest. De Raad benadrukt dat herziening slechts mogelijk is op grond van nieuwe feiten of omstandigheden die bij het eerdere oordeel niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

Omdat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aan deze criteria voldoen, wijst de Raad het verzoek om herziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter H.J. de Mooij in aanwezigheid van griffier W. Altenaar op 14 januari 2010.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

09/440 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker], wonende te Marokko (hierna: verzoeker),
tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 juni 2008, 07/5569,
in het geding tussen
verzoeker
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 14 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 26 juni 2008 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 mei 2007, 06/3458, niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de termijn voor het instellen van hoger beroep is overschreden.
Verzoeker heeft bij brief van 31 oktober 2008 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 26 juni 2008.
De Svb heeft geen verweerschrift ingediend.
Het verzoek is aan de orde gesteld ter zitting van de Raad van 3 december 2009. Verzoeker is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
1.1. De uitspraak van de Raad van 26 juni 2008 is gewezen met toepassing van 8:54 van de Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet. Vanuit dit perspectief heeft de Raad allereerst beoordeeld of de brief van verzoeker van 31 oktober 2008 naar zijn juridische strekking dient te worden gekwalificeerd als een - te laat - verzetschrift dan wel als een verzoek om herziening. Gelet op de inhoud van de brief is naar het oordeel dan de Raad onmiskenbaar sprake van een verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 26 juni 2008.
1.2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.3. Verzoeker heeft aan zijn verzoek om herziening in essentie ten grondslag gelegd dat zijn zaak vanaf de aanvraag om een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet opnieuw dient te worden bestudeerd, omdat hij in Nederland werknemer is geweest.
1.4. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat namens verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in genoemde bepalingen van de Awb, naar voren is gebracht.
2. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2010.
(get.) H.J. de Mooij.
(get.) W. Altenaar.
mm
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);
statue:
Rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par H.J. de Mooij en présence de W. Altenaar en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 14 Janvier 2010.