ECLI:NL:CRVB:2010:BK9669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering na medische beoordeling en bezwaar
Appellant maakte bezwaar tegen de verlaging van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij de arbeidsongeschiktheidsklasse werd vastgesteld op 25-35% per 29 december 2005. De rechtbank vernietigde het oorspronkelijke besluit vanwege onvoldoende arbeidskundige motivering en beval een hernieuwde beslissing. Het UWV verlaagde daarop opnieuw de uitkering met een onderbouwd besluit.
De medische beoordeling, waaronder een functionele mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld door de bezwaarverzekeringsarts, vormde het centrale punt van geschil. Appellant voerde een medische beroepsgrond aan, maar kon geen overtuigende nieuwe medische informatie overleggen naast de FML van juni 2008, die teruggrijpt op eerdere beoordelingen zonder voldoende onderbouwing.
De Raad volgde de bezwaarverzekeringsarts en oordeelde dat de eerdere FML geen doorslaggevende betekenis heeft vanwege de te ruime beperkingen die zonder voldoende medische basis waren vastgesteld. De Raad achtte de geschiktheid van appellant voor de voorgestelde functies voldoende onderbouwd en zag geen noodzaak om het beroep gegrond te verklaren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit van 6 november 2007 bevestigd.