ECLI:NL:CRVB:2010:BK9837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing urenbeperking
Appellante, een levergetransplanteerde administratief medewerkster, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken omdat zij volgens het UWV minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Dit was gebaseerd op een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zonder urenbeperking, ondanks eerdere vaststelling van een urenbeperking vanwege moeheid.
Na bezwaar en beroep werd het onderzoek heropend en deskundigen benoemd die bevestigden dat moeheid na levertransplantatie een niet volledig objectief vast te stellen probleem is, en dat appellante nog steeds beperkt is in haar arbeidstijd. De Raad volgde deze deskundigen en oordeelde dat het UWV ten onrechte geen urenbeperking had aangenomen.
De Centrale Raad vernietigde het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank, bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen rekening houdend met de beperkingen, en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en gemaakte kosten voor deskundigenrapporten en reiskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing van het ontbreken van een urenbeperking.