ECLI:NL:CRVB:2010:BL0049

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6828 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ziekengeld wegens herstel en medische belastbaarheid

Appellante was werkzaam als postsorteerster en viel uit wegens rugklachten na een val in de badkamer. Het UWV beëindigde haar ziekengeld per 16 juli 2007 omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid. Appellante maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank, die het oordeel van de verzekeringsarts onderschreef.

De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en oordeelt dat de beschikbare medische gegevens onvoldoende aanleiding geven om het oordeel over de belastbaarheid onjuist te achten. Het rapport van de bezwaarverzekeringsarts toont aan dat appellante hersteld was en dat haar scoliose en beenlengteverschil geen belemmering vormden.

De Raad vindt dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en bevestigt daarom de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in aanwezigheid van de griffier en appellante was niet verschenen bij de zitting.

Uitkomst: De beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd omdat de medische belastbaarheid van appellante juist is vastgesteld.

Uitspraak

08/6828 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 oktober 2008, 07/2584 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 20 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. I. Roos, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2009.
Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. F.A. Steeman.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellante was laatstelijk vanaf 17 juli 2006 via een uitzendbureau als postsorteerster 40 uur per week werkzaam bij TNT Post. Zij is op 10 augustus 2006 voor haar werk uitgevallen wegens rugklachten na een val in de badkamer.
2. Bij besluit van 11 juli 2007 is aan appellante meegedeeld dat haar met ingang van 16 juli 2007 geen ziekengeld meer werd uitgekeerd, omdat zij op en na deze datum niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt werd geacht tot het verrichten van haar arbeid.
3. Bij besluit van 17 augustus 2007 (het bestreden besluit) is bezwaar van appellante tegen het besluit van 11 juli 2007 ongegrond verklaard.
4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij met name betekenis toegekend aan de onderzoeksbevindingen van de verzekeringsarts, die door de bezwaarverzekeringsarts zijn onderschreven. Naar het oordeel van de rechtbank geven de beschikbare medische gegevens onvoldoende aanleiding om te oordelen dat de medische belastbaarheid van appellante onjuist is vastgesteld.
5. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag gelegde overwegingen. Uit het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 16 augustus 2007 blijkt genoegzaam dat appellante op de datum in geding hersteld was van haar val en dat ook de scoliose, die appellante haar hele leven al heeft, en het beenlengteverschil, dat wordt gecompenseerd met een zooltje, geen belemmering vormden om haar arbeid te hervatten. Nu dit gemotiveerde standpunt mede is gebaseerd op onderzoeksbevindingen van de primaire verzekeringsarts kan naar het oordeel van de Raad niet worden gezegd dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen.
6. Uit hetgeen is overwogen onder 5 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
7. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) M.A. van Amerongen.
EK