ECLI:NL:CRVB:2010:BL0049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens herstel en medische belastbaarheid
Appellante was werkzaam als postsorteerster en viel uit wegens rugklachten na een val in de badkamer. Het UWV beëindigde haar ziekengeld per 16 juli 2007 omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid. Appellante maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank, die het oordeel van de verzekeringsarts onderschreef.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en oordeelt dat de beschikbare medische gegevens onvoldoende aanleiding geven om het oordeel over de belastbaarheid onjuist te achten. Het rapport van de bezwaarverzekeringsarts toont aan dat appellante hersteld was en dat haar scoliose en beenlengteverschil geen belemmering vormden.
De Raad vindt dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en bevestigt daarom de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in aanwezigheid van de griffier en appellante was niet verschenen bij de zitting.
Uitkomst: De beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd omdat de medische belastbaarheid van appellante juist is vastgesteld.