ECLI:NL:CRVB:2010:BL0062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en weigering ziekengeld na medisch en arbeidskundig onderzoek
Betrokkene ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na klachten en een auto-ongeluk. Na een herbeoordeling in 2004 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en werd de uitkering per 4 februari 2005 herzien naar 15-25%. Het UWV verklaarde het bezwaar tegen deze herziening in 2005 ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende medisch onderzoek, met name het ontbreken van een psychiatrische expertise.
Het UWV stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. Na heropening van het onderzoek en nadere toelichting van de arbeidsdeskundige werd de mate van arbeidsongeschiktheid bij besluit van 19 mei 2009 verhoogd naar 25-35%. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was en de arbeidskundige onderbouwing voldoet aan de vereisten van inzichtelijkheid en toetsbaarheid.
Daarnaast werd betrokkene per 15 januari 2007 geschikt geacht voor de functies die ten grondslag lagen aan de WAO-herziening, waarna het UWV het bezwaar tegen de weigering van ziekengeld ongegrond verklaarde. De rechtbank bevestigde dit, en de Raad volgt dit oordeel, waarbij zij benadrukt dat een psychiatrisch onderzoek niet noodzakelijk was. De Raad vernietigt het eerdere vonnis over de WAO-herziening, verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond en bevestigt de afwijzing van het beroep tegen de weigering van ziekengeld.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe herzieningsbesluit wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het beroep tegen de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.