ECLI:NL:CRVB:2010:BL0090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellante, laatstelijk werkzaam als tuinbouwmedewerkster, meldde zich ziek met nek- en heupklachten en ontving aanvankelijk geen WAO-uitkering, maar een WW-uitkering. Na een herbeoordeling verklaarde een verzekeringsarts haar hersteld voor de geselecteerde functies en stopte het Uwv het ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het deskundigenrapport van psychiater Van Ittersum doorslaggevend was.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar subjectieve klachten onvoldoende werden meegewogen en dat het deskundigenrapport niet objectief was omdat er geen tests waren afgenomen. Tevens vroeg zij om aanvullend onderzoek vanwege schildklierproblematiek. De Raad overwoog dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige zorgvuldig en volledig was gemotiveerd en dat de subjectieve beleving van appellante niet doorslaggevend is.
De Raad zag geen aanleiding af te wijken van het deskundigenoordeel en vond geen noodzaak voor aanvullend medisch onderzoek. Het bestreden besluit van het Uwv werd bevestigd, waarmee het recht op ziekengeld werd beëindigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd.