ECLI:NL:CRVB:2010:BL0379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant, werkzaam als wijktoezichthouder, viel op 24 september 2002 uit vanwege psychische klachten. Het UWV weigerde op 11 september 2003 een WAO-uitkering toe te kennen omdat appellant op de verzekeringsdatum reeds volledig arbeidsongeschikt was. Appellant maakte destijds geen bezwaar.
In 2007 verzocht appellant om herziening van dit besluit, waarop het UWV besloot niet terug te komen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het UWV in het verweerschrift het toetsingskader van artikel 4:6 Awb Pro toepaste en concludeerde dat de ingebrachte assessments en medische keuring geen nieuwe feiten bevatten.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, met name over de assessments en medische keuring die zouden aantonen dat hij bij aanvang van zijn werkzaamheden volledig geschikt was. De Raad oordeelde dat deze assessments geen nieuwe feiten zijn omdat appellant ze al kende en geen bewijs van de medische keuring werd overgelegd. Het verzoek tot herziening kon daarom terecht worden afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht het verzoek tot herziening van de WAO-uitkering heeft afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.