ECLI:NL:CRVB:2010:BL0387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toegenomen arbeidsongeschiktheid en toepassing artikel 55 Wet WIA
Appellante, werkzaam als apothekersassistente, meldde zich in 2004 ziek met fysieke klachten. Na onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid per 19 september 2006 minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. Appellante meldde zich in oktober 2006 toegenomen arbeidsongeschikt, mede vanwege psychische klachten, waaronder een depressieve stoornis.
Het UWV verklaarde geen toename van arbeidsongeschiktheid per 3 oktober 2006, hetgeen door de rechtbank werd bevestigd. De Raad oordeelt dat de psychische klachten pas na de relevante periode ontstonden en dat er geen bewijs is dat binnen vier weken na het einde van de wachttijd sprake was van een toename van arbeidsongeschiktheid op grond van dezelfde oorzaak.
De Raad concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt het bestreden besluit, waarbij geen proceskosten worden toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.