ECLI:NL:CRVB:2010:BL0621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige toetsing medische situatie
Appellante, die sinds 1998 een WAO-uitkering ontving vanwege psychische klachten, zag haar uitkering in 2005 ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. In 2007 vroeg zij een nieuwe WAO-uitkering aan na vermeende toename van haar klachten, maar het UWV wees deze aanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, omdat er geen bewijs was voor toegenomen beperkingen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV onvoldoende informatie had ingewonnen bij haar behandelaars en dat haar aanvraag niet aan artikel 43a van de WAO was getoetst. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief informatie van het RIAGG, en dat de aanvraag wel degelijk aan artikel 43a was getoetst. De medische rapportages toonden geen toename van beperkingen sinds de vorige beoordeling.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing werd uitgesproken door C.P.M. van de Kerkhof in aanwezigheid van griffier A. Wit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende toename van arbeidsongeschiktheid.