ECLI:NL:CRVB:2010:BL0631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep op voorschotbesluit AOW en inhoudelijke afwijzing
Appellant vroeg een AOW-pensioen aan en ontving een voorschotbesluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) vanwege lopend onderzoek naar zijn verzekerde tijdvakken. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit voorschotbesluit niet-ontvankelijk omdat het voorschotbesluit was achterhaald door een definitief besluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en stelt dat appellant wel belang heeft bij het aanvechten van het voorschotbesluit, ook al is het materiële rechtsgevolg inmiddels uitgewerkt.
De Raad overweegt dat vergoeding van schade ook kan worden gevraagd via een zelfstandig schadebesluit of civiele procedure, waardoor appellant procesbelang heeft bij beoordeling van de rechtmatigheid van het voorschotbesluit. De niet-ontvankelijkverklaring van de rechtbank wordt daarom vernietigd. De Raad ziet geen noodzaak voor terugwijzing en behandelt de zaak zelf inhoudelijk.
De Raad beoordeelt het door de Svb gehanteerde beleidsuitgangspunt voor het verlenen van voorschotten als aanvaardbaar, mede gezien de onzekerheid over de verzekerde perioden van appellant in de jaren 1970-1982. De grieven van appellant betreffen met name de hoogte van het AOW-pensioen en de verzekerde tijdvakken en dienen te worden behandeld in een procedure tegen het definitieve besluit van 16 december 2008.
De Raad verklaart het beroep tegen het voorschotbesluit ongegrond en bepaalt dat de Svb het in hoger beroep betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt vernietigd en het beroep tegen het voorschotbesluit wordt ongegrond verklaard.