ECLI:NL:CRVB:2010:BL0652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en WAO-uitkering
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 15 oktober 2008, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35% en de WAO-uitkering onveranderd bleef. Appellant betoogde dat hij op grond van zijn klachten tijdelijk volledig arbeidsongeschikt zou moeten worden verklaard en dat het UWV ten onrechte niet had gewacht op cardiologisch onderzoek.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad heeft het verzekeringsgeneeskundige onderzoek en de medische beoordeling van het UWV getoetst en geen aanleiding gevonden om de conclusies onjuist te achten. De bezwaarverzekeringsarts had voldoende onderbouwd waarom geen aanvullend cardiologisch onderzoek nodig was.
De Raad concludeerde dat de vastgestelde belastbaarheid juist was en dat de voorgehouden functies medisch geschikt zijn voor appellant. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit bevestigd.