ECLI:NL:CRVB:2010:BL0784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als caissière, vroeg een WIA-uitkering aan na uitval door psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was na afloop van de wachttijd, gebaseerd op medische rapportage en arbeidsdeskundig onderzoek.
In de bezwaarprocedure werd het arbeidskundig oordeel deels aangepast, maar bleef het loonverlies onder de 35%, zodat het besluit werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zowel de medische als arbeidskundige gronden werden bevestigd.
Appellante voerde aan dat haar klachten onvoldoende waren meegewogen, dat de functieportefeuille onjuist was en dat het bijduiden van functies in bezwaar in strijd was met het Schattingsbesluit en het vertrouwensbeginsel. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling juist was, de functieportefeuille passend en dat het bijduiden van functies in deze fase toegestaan is.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de WIA-uitkering standhoudt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.