ECLI:NL:CRVB:2010:BL0789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na geschil over geschiktheid functies
Appellante, laatstelijk werkzaam als sociaal cultureel werkster, ontving een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Na een herbeoordeling in 2007 stelde het Uwv haar arbeidsongeschiktheid vast op 45-55% en herzag haar uitkering. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zij niet geschikt was voor de door het Uwv geselecteerde functies productiemedewerker en vouwer.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat de medische beperkingen en de geschiktheid van de functies juist waren vastgesteld. In hoger beroep voerde appellante aan dat de functies ongeschikt waren vanwege onvoldoende motivatie omtrent het item 'verdelen van aandacht'.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de functies in medisch opzicht geschikt zijn, waarbij het CBBS-systeem als betrouwbaar wordt beschouwd en de bezwaararbeidsdeskundige de bezwaren voldoende heeft weerlegd. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, zonder toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.