ECLI:NL:CRVB:2010:BL1665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering meer dan één jaar terugwerkende kracht AOW-pensioen wegens ontbreken bijzonder geval
Appellant, geboren in 1935 en woonachtig in Suriname, heeft in januari 2007 een AOW-pensioen aangevraagd bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb kende het pensioen toe met terugwerkende kracht van één jaar, maar weigerde meer dan één jaar terugwerkende kracht toe te kennen, omdat geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de AOW.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij door onvoldoende informatieverstrekking niet op de hoogte was van zijn rechten, waardoor sprake zou zijn van een bijzonder geval. De Raad overweegt dat onbekendheid met de wettelijke regelingen in principe geen bijzonder geval oplevert, tenzij deze onbekendheid verschoonbaar is, wat hier niet het geval is.
De Raad bevestigt dat het recht op ouderdomspensioen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd algemeen bekend is en dat appellant het op zijn weg had liggen om navraag te doen bij de Svb. Onjuiste informatie van een advocaat kan niet tot een bijzonder geval leiden. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van meer dan één jaar terugwerkende kracht AOW-pensioen bevestigd.