ECLI:NL:CRVB:2010:BL1691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering kinderbijslag wegens niet-aantonen onderhoud dochters in Suriname
Appellante ontving kinderbijslag voor haar dochters die volgens de Sociale Verzekeringsbank (Svb) sinds medio 2005 in Suriname wonen. Na een anonieme tip trok de Svb de kinderbijslag over de periode van het vierde kwartaal 2005 tot en met het vierde kwartaal 2006 in en vorderde het bedrag terug, met een boete wegens schending van de mededelingsplicht.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij haar dochters wel degelijk in belangrijke mate heeft onderhouden, ook via niet-geldelijke bijdragen zoals kleding en schoolbenodigdheden. Tevens stelde zij dat zij tijdig telefonisch de verhuizing had gemeld en daarbij door de Svb onjuiste informatie had ontvangen. De Raad oordeelde echter dat alleen geldelijke bijdragen eenvoudig controleerbaar zijn en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij aan het onderhoudsvereiste voldeed.
Verder kon niet worden vastgesteld dat de verhuizing tijdig was gemeld en dat de Svb onjuiste informatie had verstrekt. Het beroep op het verdrag met Suriname faalde omdat de intrekking niet was gebaseerd op verblijf in Suriname, maar op het niet aantonen van onderhoud. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de beroepen van appellante af.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter T.L. de Vries op 28 januari 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van kinderbijslag en wijst het hoger beroep af.