Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2010:BL2139

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6005 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbAlgemene OuderdomswetAlgemene nabestaandenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit en uitspraak inzake vrijwillige AOW-verzekering wegens onzorgvuldige voorbereiding

Appellant, woonachtig in Turkije, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat hij niet bevoegd zou zijn tot deelname aan de vrijwillige verzekering krachtens de Algemene Ouderdomswet (AOW) en Algemene nabestaandenwet (ANW). De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond.

Tijdens het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep bleek uit een brief van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) dat tot en met december 2005 premie volksverzekeringen was ingehouden op de uitkering van appellant. Dit leidde tot de conclusie dat het bestreden besluit onzorgvuldig was voorbereid.

De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en bepaalde dat de Svb een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen. Tevens werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, alsmede het betaalde griffierecht.

Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding; appellant krijgt gelijk en de Svb wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

08/6005 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende in Turkije (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 september 2008, 07/645 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 27 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. S.F.H. Jellinghaus, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2009. Namens appellant is daarbij verschenen mr. V.A.E. Boel, advocaat te Tilburg. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.T.S.J Maarschalkerweerd.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting toen geschorst teneinde de gemachtigde van appellant in de gelegenheid te stellen nadere gegevens in het geding te brengen over de inhouding van premie volksverzekeringen op de uitkering van appellant.
Bij brief van 29 december 2009 heeft de gemachtigde van appellant een brief van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv) overgelegd. De Svb heeft daarop gereageerd bij brief van 4 januari 2010.
Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 13 januari 2010. Partijen zijn daarbij, met kennisgeving, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 10 oktober 2006 heeft de Svb aan appellant bericht dat hij niet bevoegd is deel te nemen aan de vrijwillige verzekering krachtens de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW), omdat hij gedurende het jaar voorafgaande aan zijn aanvraag van november 2003, om toelating tot de vrijwillige verzekering, niet verplicht verzekerd was krachtens de AOW en de ANW.
2. Bij beslissing op bezwaar van 9 januari 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 10 oktober 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant ongegrond verklaard.
3. Bij brief van 4 januari 2010 heeft de Svb meegedeeld nader van mening te zijn dat appellant wel bevoegd is tot deelname aan de vrijwillige AOW/ANW, nu uit de brief van het Uwv blijkt dat nog tot en met december 2005 premie volksverzekeringen is ingehouden op de uitkering van appellant.
4. Ook de Raad is van oordeel dat het bestreden besluit in zoverre onzorgvuldig is voorbereid. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak niet in stand kan blijven. De Svb dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.
5. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,- in eerste aanleg en € 644,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
Veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep tot een bedrag van € 1288,-;
Bepaalt dat de Svb aan appellant het betaalde griffierecht ad € 145,- dient te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2010.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) W. Altenaar.
SB