ECLI:NL:CRVB:2010:BL3522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op kinderbijslag voor in buitenland wonende WAO-gerechtigde na 18e verjaardag jongste kind
Appellant, woonachtig in Marokko en WAO-gerechtigde, verloor per het vierde kwartaal van 2007 het recht op kinderbijslag voor zijn kinderen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Dit volgde uit het feit dat per 1 januari 2000 de verplichte verzekering voor in het buitenland wonende WAO-gerechtigden werd afgeschaft, met een overgangsregeling die recht gaf tot het jongste kind waarvoor op 31 december 1999 recht bestond 18 jaar werd.
De rechtbank oordeelde dat het recht op kinderbijslag eindigt zodra het jongste kind, dat op 31 december 1999 recht had op kinderbijslag, de leeftijd van 18 jaar bereikt. Appellant voerde in hoger beroep aan dat dit moest gelden tot het jongste kind dat op 31 december 2005 recht had, maar dit werd verworpen.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de wetswijziging in 2008 een verduidelijking was van het bestaande recht en geen materiële wijziging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van de Sociale verzekeringsbank om het recht op kinderbijslag te beëindigen met ingang van het vierde kwartaal 2007 werd bevestigd.
Uitkomst: Het recht op kinderbijslag eindigt per het vierde kwartaal 2007 omdat het jongste kind waarvoor op 31 december 1999 recht bestond 18 jaar is geworden.