ECLI:NL:CRVB:2010:BL3611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellante, voormalig administratief medewerkster, ontving een WAO-uitkering wegens RSI-klachten. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures wijzigde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid en de hoogte van de uitkering. De rechtbank verklaarde eerdere besluiten deels ongegrond en oordeelde onder meer over de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV de werkzaamheden die aanleiding gaven tot een lagere uitkering terecht als passend heeft aangemerkt en dat de herziening van de arbeidsongeschiktheid op 1 januari 2006 terecht is vastgesteld op 35-45%. Tevens oordeelt de Raad dat de wettelijke rente correct is berekend en toegekend.
De Raad stelt vast dat de behandeling van de bezwaarschriften door het UWV langer dan de redelijke termijn heeft geduurd, met een overschrijding van ruim vier jaar. Daarom wordt het UWV veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €5.000 wegens deze overschrijding. De eerdere uitspraken en besluiten worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere uitspraken en besluiten, kent een schadevergoeding van €5.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten.