ECLI:NL:CRVB:2010:BL4277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 1 september 1986
Appellant heeft een uitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) aangevraagd met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 18 september 1986. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde deze datum bij besluit van 29 november 1994 vast op 1 september 1986, gebaseerd op medische rapportages. Appellant verzocht in 2007 om herziening van dit besluit met het argument dat hij reeds vóór deze datum arbeidsongeschikt was.
Tijdens de bezwaar- en beroepsfase heeft appellant aanvullende medische en persoonlijke verklaringen overgelegd, waaronder bewijs van eerdere opnames en beperkingen. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat deze stukken geen wezenlijk nieuwe feiten bevatten die een eerdere vaststelling van de arbeidsongeschiktheidsdag rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat het bestuursorgaan het oorspronkelijke besluit niet onredelijk heeft geweigerd te herzien en dat de stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die aanleiding geven tot een eerdere vaststelling van de arbeidsongeschiktheidsdag. Ook het argument van een onvolledige toelichting bij het aanvraagformulier leidt niet tot een andere uitkomst.
De Raad benadrukt dat een bestuursorgaan niet verplicht is een volledige herbeoordeling te doen en dat de rechter zich beperkt tot het toetsen van nieuwe feiten die in de bezwaarfase zijn ingebracht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek van appellant wordt afgewezen.
Uitkomst: De eerste arbeidsongeschiktheidsdag blijft vastgesteld op 1 september 1986; het beroep wordt afgewezen.